Google+


Motorrijlessen

Meestal ben je met motorrijden in aanraking gekomen door familie, vrienden en/of kennissen. Vaak kunnen zij je rijscholen en instructeurs aan- of afraden. Is er niemand in je omgeving enthousiast over je motorrijles plannen? Dan is het tegenwoordig makkelijk om zelf prijzen en rijscholen te vergelijken op internet en ergens een afspraak te maken voor een eerste (proef)les. Ben je na deze les zoals velen anderen verkocht, houd dan wel rekening met de flinke kosten die er verbonden zijn aan de rijlessen en examens. De kleding, laarzen, handschoenen en helm kun je lenen van de rijschool. Vind je dit geen fijn idee dan kun je zelf een outfit aanschaffen. Dankzij meerdere motorkleding outlets door het hele land hoeft jouw outfit zeker niet het duurste van het duurste te zijn. Je wilt toch ook geld over houden voor je (droom)motor!

Je begint met een proefles. Het tarief daarvan is lager dan een gewone les. In dit uur/anderhalf uur rijd je bij de instructeur achterop naar een terrein waar je de basisbeginselen leert zoals op en afstappen, welke knopjes waarvoor zijn, wegrijden en stoppen. Daarna komt het schakelen naar de tweede versnelling, het maken van bochten, de gasbediening constant proberen te houden enzovoort. De oefeningen die je onder de knie moet hebben voor het praktijkexamen AVB (rijbewijs A voertuigbeheersing) zijn:

oefening 1 Cluster 1: Lopen met de motor *
Het eerste cluster bestaat uit de oefening achteruit parkeren. In deze verplichte oefening loop je aan de rechterzijde van de rijbaan met de motor aan de hand. Daarna parkeer je de motor achteruit in een (denkbeeldig) parkeervak en zet je de motor op de standaard. Vervolgens haal je de motor weer van de standaard en loop je naar rechts het parkeervak uit.

Cluster 2: Verrichtingen bij lage snelheid

oefening 2 Langzame slalom *
De verplichte oefening in het tweede cluster is de langzame slalom. Er geldt geen richtlijn voor de snelheid. Door de korte afstand tussen de pylonen ligt een stapvoets tempo voor de hand. Het gebruik van een slippende koppeling is bij deze oefening verplicht. Van belang is verder de combinatie van juiste bediening, langzaam rijden en het houden van de balans zonder de pylonen aan te raken.

oefening 3 Wegrijden uit parkeervak
Bij deze keuzeoefening rijd je vanuit stilstand uit een parkeervak weg. Je maakt een haakse bocht en rijdt enkele meters rechtuit. De rijbaanbreedte is drie meter. Het belangrijkste van deze oefening is dat je meteen na het wegrijden gecontroleerd een scherpe bocht kan maken.

oefening 4 Denkbeeldige acht
Met deze facultatieve oefening laat je zien dat je een complete (denkbeeldige) acht kunt rijden in een rechthoekig kader. Je rijdt met trekkende motor en houdt daarbij een gelijkmatige snelheid aan. Je mag je voetrem gebruiken en eventueel een slippende koppeling.

oefening 5 Stapvoets rechtdoor rijden
Hier is het de bedoeling dat je naast de lopende examinator blijft rijden over een afstand van twintig meter. Er wordt gelet op snelheid, balans en een juiste bediening van de motor. Je maakt gebruik van eenslippende koppeling. Je voetrem mag je bij deze keuzeoefening ook gebruiken, maar je houdt je voeten tijdens het rijden op de voetsteunen.

oefening 6 Halve draai (links- of rechtsom)
Als de examinator voor deze oefening kiest dan rijd je met licht trekkende motor op een denkbeeldige rijbaan. Na de tweede pylon maak je in één vloeiende beweging een halve draai naar links of rechts. Je rijdt dan terug naar het startpunt.


Cluster 3: Verrichtingen bij hogere snelheid

oefening 7 Uitwijkoefening *
Bij de verplichte uitwijkoefening kom je met vijftig kilometer per uur aanrijden door de poort. Vijftien meter na de poort moet je vóór een denkbeeldig muurtje van pylonen naar links uitwijken. Daarna keer je weer terug naar de eigen weghelft.

oefening 8 Snelle slalom
Bij de snelle slalom zijn zes pylonen opgesteld. Deze slalom neem je bij een snelheid van minstens dertig kilometer per uur met trekkende motor. Belangrijk is dat het vloeiend en gelijkmatig gebeurt.

oefening 9 Vertragingsoefening
Bij deze optionele oefening trek je vanuit stilstand op om snel te komen tot een snelheid van vijftig kilometer per uur. Je rijdt dan in tenminste de derde versnelling. Na het tweede poortje rem je af tot 30 kilometer per uur en schakel je minimaal één versnelling terug. Daarna rijd je met deze snelheid een slalom om drie pylonen die acht meter uit elkaar staan.

Cluster 4: Remoefeningen

oefening 10 Noodstop *
De noodstop is een verplichte oefening. Je rijdt minimaal vijftig kilometer per uur. Na het poortje rem je maximaal om zo snel mogelijk tot stilstand te komen terwijl je je motor onder controle houdt.

oefening 11 Precisiestop
Bij de precisiestop gaat het erom dat je op een bepaald punt stilstaat. Je rijdt eerst vijftig kilometer per uur en remt beheerst als je het eerste poortje van twee pylonen passeert. Daarna moet je de motor zeventien meter verderop tot stilstand brengen.

oefening 12 Stopproef
Naast de precisiestop kan de examinator ook nog kiezen voor de stopproef als tweede keuzeoefening. Het doel van deze oefening is dat je technisch goed remt. Je schakelt kort voordat je stilstaat terug naar de eerste versnelling. Je hebt een korte remweg.


In totaal laat je bij het examen voertuigbeheersing zeven oefeningen zien die allemaal even zwaar tellen. Uit ieder cluster is één oefening verplicht en doe je uit de clusters twee tot en met vier één oefening extra. Dus: vier verplichte en drie oefeningen die de examinator kiest. Je mag elke oefening bij een onvoldoende resultaat één keer overdoen. Om te slagen moet je in totaal vijf van de zeven verschillende oefeningen succesvol afronden. Daarbij voer je in de clusters twee tot en met vier minimaal één oefening correct uit. Dus je laat de examinator op overtuigende wijze zien dat je de motor beheerst bij lage en hoge snelheid en dat je goed kunt remmen.

Wanneer je voor dit examen geslaagd bent kun je je tijdens de lessen gaan voorbereiden op je tweede praktijkexamen: verkeersdeelneming (AVD). Voordat je dit examen mag doen, MOET je je motor theorie examen hebben gehaald.

Tip: Bereid je goed voor, er zijn genoeg mensen die voor dit theorie examen zakken! Koop of leen de benodigde boeken (niet theorie voor de auto!) en doe veel verschillende oefenexamens zodat je kunt wennen aan de tijd die je hebt om te antwoorden en de manier waarop de vragen worden gesteld.

Theoriecertificaat ook gehaald? Dan is het einde in zicht! Tijdens de ritten die je in de aanloop naar je laatste examen zal maken zal je je vooral bezighouden met goed kijken, anticiperen, concentreren en je plaats op de weg. Dat je de motor onder controle hebt heb je bewezen met deel 1. Nu moet je laten zien dat je heel goed weet hoe je met de motor kunt deelnemen aan het verkeer.
Voordat je laatste examen begint en je identiteitsbewijs, theoriecertificaat en de uitslag van je AVB zijn nagekeken loop je met de examinator naar je motor en controleer je of alle lichten het doen. Voordat je wegrijdt zul je wat moeten kunnen vertellen over de motor. Bijvoorbeeld: Waar dienen bepaalde knoppen en dashboard lampjes voor? Hoe kun je zien dat de banden nog goed zijn? Hoeveel en welke vloeistoffen heeft een motor? Waar dienen deze vloeistoffen voor? Hierna rijd je de route die je van je eigen instructeur via de headset te horen krijgt.

Tip: Wanneer je in je spiegels kijkt en je dode hoek controleert, doe dit dan enigszins overdreven, want de examinator ziet alleen de achterkant van je helm. Laat overtuiging zien in je acties en denk vooruit.


Veel rijplezier en heel veel succes!

Powered by Web Agency

Related Video

Powered by Web Agency

Motolady on Twitter

You are here